donderdag 7 april 2016

IJslanderwedstrijden #1: de verschillende proeven

Naar aanleiding van de verslagen over de EnglastadirIndoor Competitie en Ice Horse, rezen er enkele vragen bij de lezers van deze blog. Het wedstrijdsysteem van de IJslandersport blijkt namelijk nog niet zo vanzelfsprekend als je er niet bekend mee bent. Daar besloten wij iets aan te doen en daarom kun je hier de komende paar weken elke week een post verwachten over het hoe en wat binnen de IJslandersport.
Deze keer deel 1: de verschillende proeven binnen de IJslandersport


Verschillende gangen, verschillende proeven

IJslanders zijn natuurlijk gangenpaarden. Allemaal kunnen ze tölten, een deel kan daarnaast ook telgangen. Die extra gangen zijn natuurlijk te leuk om te laten zien, en dus kent de IJslandersport zijn eigen wedstrijden, die met name focussen op de verschillende gangen en de uitvoering daarvan.

Zo zijn er de viergangenproeven, aangeduid met een V, waarin stap, draf, galop en tölt getoond worden. In de vijfgangen, aangeduid met een F, komt daar telgang bij. In de töltproeven (T) – de naam suggereert het al – staat alleen de tölt centraal. In de P-races of PP-proeven is telgang de centrale gang.

Achter elke letter komt een nummer. Dit nummer geeft aan welk niveau de proef heeft. Zo is de laagste viergangenproef aangeduid als V5, terwijl de hoogste aangeduid is als V1. Dus: hoe hoger het nummer, hoe lager het niveau van de proef. Wanneer het een proef voor jeugdruiters betreft, wordt een Y toegevoegd achter het nummer, bijvoorbeeld in V5Y.

In deze uitleg zal ik met name de algemene beschrijving van de verschillende proeven geven. De exacte proefbeschrijvingen zijn hier terug te vinden.


Bernette en Grýla in een viergangenproef.
(BCD-wedstrijd, Breidablik 2015)


De vier- en vijfgangenproeven

De proeven voor de vier- of vijfgangen worden op een ovaalbaan verreden. De bedoeling is met name om de verschillende gangen zo goed mogelijk te tonen, waarbij de combinatie een geheel moet vormen. De jury kijkt onder andere naar de rijkwaliteit van de ruiter (zit deze het paard niet in de weg), takt en balans van het paard en de uitvoering van de oefening (is snel tempo tölt wel snel tempo).

In de viergangen wordt er achtereenvolgens langzaam tempo tölt, draf, stap, galop en snel tempo tölt gevraagd. Alleen de laagste sportklasse (daarover volgende week meer!) rijdt geen snel tempo.

In de vijfgangen wordt er ook begonnen met tölt, waarna draf, stap en galop – in die volgorde –getoond worden. De vijfgangen sluiten af met telgang.

In de gangenproeven ligt de volgorde van de bovenstaande onderdelen vast. Alleen de hoogste sportklasse mag in hun selectie solo rijden en zelf de volgorde bepalen. De verschillende onderdelen worden allemaal op dezelfde hand gereden. Bij inschrijving mag de ruiter aangeven op welke hand hij of zij de proef wilt rijden.

De töltproeven


Grýla en Bernette in een töltproef.
(Sunnanvindur Outdoor, Langegracht 2015)
Ook de töltproeven worden op een ovaalbaan gereden. De focus ligt dan ook alleen op de tölt. Ook hier kijkt de jury naar rijkwaliteit van de ruiter, takt en balans van het paard en de uitvoering van de oefening.
De verschillende töltproeven kennen allemaal hun eigen onderdelen. In het algemeen wordt eerst langzaam tempo tölt gereden, daarna tölt met versnellen op de lange zijdes en vertragen op de korte zijdes en tot slot snel tempo tölt. Naast de verschillende tempi, kennen verschillende töltproeven ook een onderdeel met losse teugel, waarbij de ruiter dus zonder contact met de paardenmond een constante tölt moet laten zien.

Wat hier anders is dan aan de vier- of vijfgangen, is dat de combinaties tussendoor van hand moeten veranderen. Dit gebeurt meestal na het langzaam tempo.


Telgangraces en telgangproeven

De naam doet het al vermoeden: in de telgangraces (P) gaat het alleen maar om de snelheid van de combinatie. Typisch worden deze races gereden op een telgangbaan: een lange rechte baan.

Er zijn verschillende vormen. Zo is er een variant met een vliegende start, waarbij je in galop aan mag komen en voor een bepaald punt in telgang moet zijn. Een andere variant start vanuit een startbox. Verder bestaat er variatie in de afstand: er kan geracet worden over 100 meter, maar ook over 250 meter. Daarnaast verschilt het per raceonderdeel of je alleen of tegen een andere combinatie racet.

De kwaliteit van de telgang wordt in de races niet beoordeeld, er wordt alleen door een jury gekeken of je daadwerkelijk het hele stuk in telgang aflegt. Ook de rijstijl van de ruiter wordt niet beoordeeld, alleen bij grof rijden kan een waarschuwing gegeven worden.

De telgangproef (PP) verschilt van de races in dat zowel het leggen in telgang als het terugnemen beoordeeld worden door de jury. Verder beoordeelt de jury ook de kwaliteit van de telgang. Én je moet natuurlijk het hele stuk in telgang afleggen. Ook deze proef wordt gereden op de telgangbaan.


Andere wedstrijdvormen binnen de IJslandersport

Een andere variant van de gangenproeven is de Gaedingakeppni. Hierbij worden alle gangen op de telgangbaan getoond. Het draait hier meer om de kwaliteiten van het paard dan om de combinatie als geheel. In de Gaedingafimi worden verschillende figuren én de verschillende gangen getoond; een dressuurproef dus, maar dan in vier of vijf gangen.

Naast de gangenproeven kent de IJslandersport nog enkele andere wedstrijdvormen: zo wordt er soms een cross uitgeschreven, of juist een behendigheids- of dressuurwedstrijd. Combinaties kunnen soms ook hun snelheid tonen in de draf- of galopren. In de vlaggenrace is het de bedoeling dat je zo snel mogelijk het vlaggetje (of zelfs de vlaggetjes) van de ene naar de andere emmer brengt. In de bierproef moet je zo snel mogelijk een bepaalde afstand afleggen, waarbij je in een hand een (gevulde!) bierpul houdt. De snelheid is hier belangrijk, maar ook de hoeveelheid bier die je aan het eind nog over hebt, en dus rijden de meesten de bierproef in tölt.

Heb je nog vragen over de verschillende proeven binnen de IJslandersport? Stel je vraag hieronder!



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen